AU LISSÉ.

1e Graad. De suiker wordt eerst "geklaard" of gezuiverd, op de volgende

wijze: men neemt b.v. drie pond suiker op een liter water; in een

gedeelte van dat water heeft men eenig eiwit geklopt, dat ook bij

de suiker wordt gevoegd. Dit wordt nu goed dooreengeroerd en op het

vuur gezet. Men moet de suiker dikwijls met de schuimspaan omroeren,

zoodat zij, bij het koken, geheel versmolten is. Zoodra er schuim

bovenkomt, doet men er een weinig water bij; het schuim schept men

af. Zoo gaat men voort, tot dat er wit schuim bovendrijft, dat van

het eiwit afkomstig is. Ook dit wordt afgeschept. Nu is de suiker

gezuiverd of "geklaard" en is zij voor verdere bewerkingen gereed.

De bewerking voor den 1en graad verricht men door de suiker weêr op

't vuur te zetten, met de schuimspaan om te roeren en ze, na koking,

op de volgende wijze te onderzoeken:

Men strijkt met den wijsvinger een weinig suiker van de schuimspaan af,

zooals ze uit den ketel komt, en trekt ze, tusschen duim en vinger, een

weinig uiteen. Wordt er een dunne draad gevormd, die dadelijk breekt

en een druppel op den duim achterlaat, dan is ze au lissé gekookt. Is

de draad nauwlijks op te merken, dan wordt deze bewerking tot kleinen

draad, au petit lissé genoemd; kan de draad lang uitgetrokken worden,

zonder dadelijk te breken en zonder dat hij taai is, dan heeft men

de suiker tot grooten draad, au grand lissé, gekookt.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 761 / 1109 题