706. PASTEIKORST.

(Ook een soort deeg).

Een half pond fijn tarwebloem, 1 theekopje koud water, 2 eierdooiers,

1 1/2 ons boter. (No. 517).

Bereiding:

Zoowel voor de pasteien, die van overgeschoten vleesch en verdere

ingrediënten, als van versch vleesch worden gemaakt, neemt men een half

pond tarwebloem, waarvan men op de deegplank een bergje maakt. Hierin

vormt men een kuiltje, waarin men het koude water, vervolgens de twee

eierdooiers en daarna de boter doet.

Dit alles kneedt men tot een stijf deeg, dat men daarna, gedurende

een uur in de ijskast of op een koele plaats, in een vochtigen doek

gewikkeld, laat staan.

Daarna rolt men het deeg uit en bekleedt er den pasteivorm mede of

maakt de korst over de pastei.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 752 / 1109 题