Een pond asem, 5 djeroek-poeroet-bladeren, 1/2 lepel fijngesneden
seréh, 8 kruidenagels, suikerstroop en water.
Bereiding:
De asem doet men, een nacht, in koud water. Hierna wordt zij door
een schoonen neteldoekschen lap gezeefd.
Dit sap wordt met de suikerstroop en de bladeren en kruiden opgekookt
tot het dik is; daarna laat men het bekoelen en wordt het verder in
flesschen bewaard.