Twee djeroek-manis, stukjes broodsuiker, het sap van 5 djeroeks-manis,
het sap van 3 djeroeks-nipis, 2 ons witte suiker, 1 liter water,
1 theelepel carmijn.
Bereiding:
Van de twee djeroek-manis wrijft men de schil tegen de stukjes
broodsuiker af. (Deze suiker wordt vruchtensuiker genoemd. Zie
No. 714).
Het sap van de djeroek-manis en djeroeks-nipis wordt met de
vruchtensuiker in de twee ons witte suiker vermengd en met het water
opgewarmd, daarna gezeefd, carmijn er door gedaan en, wanneer het
koud geworden is, in flesschen bewaard.