(Echt chineesch recept).
Tjing-tjao-bladeren [1], suiker-stroop of goela-tètès, bidji selassi.
Bereiding:
Men wringt een hoeveelheid tjing-tjao-bladeren met water door elkander
en laat ze er een nacht in staan. Den volgenden dag wordt dit verder
uitgewrongen en, door een fijne zeef, opgevangen. Laat dit nu staan
tot het een dikke massa wordt, zoo, dat men het kan snijden. Deze
tjing-tjao drinkt men óók met suiker-stroop. Men kan er ook geweekte
selassi-pitjes bijvoegen.