624. KWÉE TJINTJIN.

Een half pond bloem, 1/2 pond boter, 2 eieren, fijngestampte kanaries

(of amandelen) ongeveer 3/4 pond, 3/4 eetlepel fijne kaneel, 1 1/4

ons witte suiker, een paar druppels rozenolie of een paar lepels

rozenwater, een weinigje zout, een paar geslagen eierdooiers.

Bereiding:

De boter wordt geklopt tot zij wit ziet. Vervolgens klopt men de

eieren, roert er de suiker door en mengt dit met de boter.

De kanaries worden gepeld en fijngestampt, de kaneel en het

rozenwater er doorheen geroerd, met de boter vermengd en dit mengsel,

lepelsgewijze, met het meel aangemaakt.

Dit deeg wordt zoo door elkander gekneed dat men er ringen van

kan maken. Zijn de ringen gereed, dan worden er met het bakwieletje

figuurtjes op gemaakt en de ringen met het geslagen geel van de eieren

bestreken en in den heeten oven, op een met boter besmeerden blikken

plaat, gebakken. Men keert de ringen nu en dan om, ten einde ze aan

weêrszijde bruin gebakken te krijgen.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 669 / 1109 题