623. KWÉE TJARANG MADOE.

Een half pond ketanmeel, 1 ei, dunne santen (eene flesch), klapperolie

en tot stroop gekookte javaansche suiker.

Bereiding:

Het ei wordt geklutst en met de santen aangelengd. Hierna roert men

dit vocht met het ketanmeel. Vervolgens neemt men een wadjan, waarin

klapperolie wordt gedaan, die men goed heet laat worden. Het bereide

deeg wordt dan in een peperhuis van pisang-blad gedaan, waarin van

onder een gaatje is gemaakt, waaruit men het deeg tot ronde koekjes,

in de olie, laat vloeien.

Deze koekjes braadt men droog op, tot ze goed bruin zijn; dan haalt

men ze er uit en doet er javaansche suikerstroop overheen.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 668 / 1109 题