621. KWÉE TIMOES.

Een pond ketanmeel, 2 ons javaansche suiker, 1/2 kopje water, ongeveer

1/2 ons geraspte of fijngesneden gebraden klapper, gekookte santen

van den overgeschoten klapper, pisang-bladeren.

Bereiding:

De suiker kookt men met het water tot stroop, doet er den geraspten

gebraden klapper in en kookt dit samen nog eens op.

Vervolgens roert men deze suiker, die men wat heeft laten bekoelen,

met het ketanmeel dooreen en lengt dit aan met een gedeelte van de

santen, zoodanig dat men van dit deeg rolletjes kan maken. Deze worden

dan in de overgeschoten santen gewenteld, daarna in pisang-bladeren

gewikkeld en in den koekoesan gestoomd.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 666 / 1109 题