619. KWÉE TALAM.

Een pond rijstmeel, 1 theelepel zout, santen van 1 klapper, 3 plakken

goela-djawa; voor de witte saus: een weinig santen en 3 eetlepels

rijstmeel, zout.

Bereiding:

Het meel wordt met de santen en het zout vermengd, daarna de

goela-djawa gesmolten en er door geroerd. Dit wordt samen opgekookt

tot een dikke massa, die men in een basi kasar overstort en koud

laat worden. De witte saus maakt men door een weinig santen kentel

met drie lepels rijstmeel en wat zout tot een dikke pap te roeren en

dit te koken tot het goed dik wordt. Dit wordt over de kwée talam

als een witte laag gegoten. Wanneer men dit gebak eet, snijdt men

het aan vierkante stukjes.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 664 / 1109 题