Een pond rijstmeel, 4 uitgehaalde kemiries, 1 eetlepel nasi kring,
1/4 geraspte klapper, lauw water, boter, (geklutste eieren), santen,
javaansche suiker.
Bereiding:
Men stampt het rijstmeel, de kemiries, de nasi kring en den geraspten
klapper bij elkander, tot alles heel fijn is; daarna wordt dit gezeefd
en het korrelige nog eens overgestampt.
Dit fijne meel wordt nu met lauw water of met lauwe santen aangelengd
tot het als een beslag voor pannekoeken wordt. Daarna giet men een
lepel van dit deeg in serabie-pannetjes, waarvan de dekseltjes eerst
zijn warm gemaakt.
Als men de serabies geel wil hebben, giet men op het deeg in de
pannetjes een lepel van de geklutste eieren. Men bakt deze serabies
op houtskool ("bara"). Komen er gaatjes in het deeg, dan zijn ze gaar.
Men eet ze met eene saus, die van javaansche suiker en santen is
gekookt.