Een pond tarwebloem (tepong-trigoe), 15 geklutste eieren, 1 ons
fijngesneden sukade, 1/4 pond krenten, 1/4 pond gepelde kanaries of
zoete amandelen, 1/8 pond tangkwé, 1/2 pond witte suiker, 1/2 pond
boter, 2 stuks vanille, 1 1/2 theelepel fijne kaneel, 1/4 geraspte
notemuskaat, een weinig fijngestampte kruidnagels, 5 stuks kardemon,
zout, suikerglazuur. (Zie No. 712).
Bereiding:
De specerijen worden samen goed fijngestampt, daarna met het
meel en de suiker vermengd en de geklutste eieren er langzaam
door geroerd. De krenten worden goed schoongewasschen, de sukade
en tangkwé fijngehakt, een gedeelte der kanaries fijngestampt,
en dit alles vermengd met het meel en de boter, die men te voren
gesmolten heeft. Nadat dit goed dooreen is gekneed, geeft men er den
cilindervorm aan, ongeveer 2 d.M. hoogte, en bakt dit in den oven,
die matig warm moet zijn. Wanneer deze koek doorbakken is, wordt hij
rondom met wit suikerglazuur bestreken. De bovenkant van den koek,
die gebombeerd is, versiert men te voren met gesneden amandelen. Het
gebak wordt als krentenbrood en tulband behandeld.