578. KWÉE BOEGIES.

Een pond ketanmeel, dikke santen van 1 klapper, pisangbladeren. Voor

het vulsel: 1 geraspte klapper, 1/4 pond javaansche suiker, 1 à 2

eetlepels ketanmeel.

Bereiding:

De santen wordt warm gemaakt (niet gekookt) en met het ketanmeel

tot zulk een deeg geroerd, dat men er kleine balletjes van kan

maken. Vervolgens neemt men een vierkant stukje pisangblad, doet

daarin een balletje en drukt dit met den vinger plat.

Nu vult men dit platte deegje met het volgende vulsel en vouwt het

dan dicht.

De geraspte klapper wordt met de te voren geraspte javaansche suiker

even opgebraden en het ketanmeel er door heen geroerd.

Als dit vulsel op het platte deegje is gedaan, wordt het balletje

dicht gemaakt en plat aangedrukt; hierop doet men een scheutje

dikke santen en vouwt daarna het pisangblad dicht. De pakjes worden

daarna dichtgemaakt, eenigszins plat gedrukt en in een koekoesan

gaar gestoomd.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 623 / 1109 题