Een pond tepong-bras, een paar kopjes legèn, 3 lepels klapperwater,
2 geraspte klappers, 10 geklopte eieren, 1/4 pond witte suiker, boter,
een weinig zout.
Bereiding:
De tepong-bras wordt droog gebraden, daarna gezeefd; de grove deelen
worden daarna fijngestampt en nogmaals gezeefd. Des avonds, voor den
dag van bereiding, mengt men dit gezeefde meel met de legèn en het
klapperwater en laat dit den geheelen nacht rijzen.
Van de twee geraspte klappers perst men de santen en doet hier een
weinig zout bij.
Den volgenden dag roert men de santen, de suiker en de tien geklopte
eieren door het gerezen deeg. Dit beslag bakt men in een aarden,
met boter bestreken, vuurvaste schaal, met van onder en boven vuur.