566. BOEBOER TJòTJò II

Dezelfde bestanddeelen als No. 564.

Bereiding:

Van het deeg, dat met water en zout gekneed is, maakt men eerst ringen,

die men op een tanggok in den koekoesan gaar stoomt. Daarna worden

de ringen weêr bij elkander samengekneed en tot balletjes vervormd

en in droog meel gewenteld, opdat ze niet aan elkander zullen kleven.

Kook dan anderhalve flesch water, smelt daarin tien plakken javaansche

suiker, doe hier, al roerende, de balletjes in en laat dit alles koken,

tot het gaar en dik is.

Men eet deze boeboer ook met rauwe santen.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 610 / 1109 题