Dezelfde bestanddeelen als No. 564.
Bereiding:
Van het deeg, dat met water en zout gekneed is, maakt men eerst ringen,
die men op een tanggok in den koekoesan gaar stoomt. Daarna worden
de ringen weêr bij elkander samengekneed en tot balletjes vervormd
en in droog meel gewenteld, opdat ze niet aan elkander zullen kleven.
Kook dan anderhalve flesch water, smelt daarin tien plakken javaansche
suiker, doe hier, al roerende, de balletjes in en laat dit alles koken,
tot het gaar en dik is.
Men eet deze boeboer ook met rauwe santen.