Eenige djeroeks-nipis, een bordje vol fijngesneden lombok, twee bordjes
vol fijngesneden djahé, een weinig zout, een flesch javaansche azijn,
2 eetlepels fijngestampte koenjit, 2 eetlepels fijngesneden lombok,
1 eetlepel fijngesneden djahé, 1 theelepel fijngesneden bawang-poetih,
2 lepels slaolie, een weinig mosterd.
Bereiding:
De djeroeks-nipis ondergaan dezelfde bewerking als hierboven;
daarbij wordt het hart uit de djeroeks gehaald en deze met zout
gevuld; vervolgens doet men de djeroeks in een paso, dekt ze met
een pisangblad, waarboven een zware steen en laat ze zoo, toegedekt,
drie dagen staan.
Daarna perst men het zout uit de djeroeks en laat deze drie dagen in
de zon drogen. Tegelijkertijd droogt men ook de fijngesneden lombok
en djahé, die te voren ook een nacht in zout gestaan hebben. Na de
drie dagen vult men de djeroeks met deze gedroogde specerijen.
Nu kookt men den azijn met de verdere kruiden, die vooraf in de slaolie
zijn gebraden, zeeft dit, doet de djeroeks in een stopflesch en giet
hierover den azijn die met wat mosterd is aangelengd. De flesch wordt
eerst dichtgemaakt, als de azijn koud is geworden