534. ATJAR-BLIEMBING.

Twee borden vol groote bliembing-asem, 3 lepels fijngesneden lombok,

1 eetlepel fijngesneden gember, evenveel bawang-poetih, zout naar

smaak, 1 flesch azijn, 2 eetlepels fijngemaakte mosterd, 2 eetlepels

koenjit-poeder, 1 lepel fijngestampte bawang-poetih en 3/4 lepel

boemboe-djahé, 2 eetlepels slaolie.

Bereiding:

De bliembing-asem wordt over de lengte middendoor gesneden, in een

paso gedaan, met zout bestrooid en toegedekt met pisang-bladeren,

waar bovenop een steen. Laat dit zoo een nacht staan. Vervolgens

haalt men de bliembings er uit en droogt ze twee dagen in de zon,

zoo ook de fijngesneden lombok, gember en bawang-poetih.

Daarna doet men laag-om-laag, de bliembings en de gedroogde kruiden

in een stopflesch, en hieroverheen den fijngemaakten mosterd.

De azijn wordt gekookt met de vooraf in slaolie gebakken kruiden,

daarna gezeefd, afgekoeld en eindelijk over de bliembing gegoten.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 574 / 1109 题