Eenige bieten, een paar schijfjes djahé, 2 of 3 kruidnagels, een
flesch azijn.
Bereiding:
De bieten worden eerst goed schoongewasschen, daarna, in hun geheel
ruim een half uur, gekookt, tot ze gaar zijn. Laat ze vervolgens koud
worden, waarna men ze schilt en verder in vierkante of ronde stukjes
snijdt. De azijn wordt met de djahé opgekookt; daarna laat men hem
afkoelen en giet men dit vocht over de stukken biet, die men te
voren in een stopflesch heeft gedaan; met wat kruidnagels en eenige
peperkorrels. De flesch worde goed dicht gemaakt.