Bouillon van 1 1/2 pond vleesch of van een groote kip, 2 lepels
fijngesneden uien, 2 lepels fijngesneden selderie, evenveel
fijngesneden prij, een hand vol peultjes of erwtjes, 3 of 4
fijngesneden lobaks, een bordje vol fijngesneden kool, 1 theelepel
fijngeraspte djahé, eenige peperkorrels, een stukje foelie, een paar
kruidnagels, 1 eetlepel boter, 2 eetlepels ketjap, zout en djeroek-sap
naar smaak.
Bereiding:
De fijngesneden uien worden met de kruiden gefruit; daarna doet
men er zachtjes-aan de groenten door, met een lepel boter, laat dit
even smoren en voeg er dan den bouillon bij, met de ketjap, het zout
enz. (behalve het djeroek-sap). Het bouillon-vleesch wordt aan stukjes
gesneden en ook bij deze soep gaar gekookt.
Wanneer deze soep wordt voorgediend, kan er djeroek-sap bij worden
gepresenteerd.