Drie groote, gekookte zee-garnalen, bouillon van kip of vleesch (1 1/2
pond), 3 groote fijngesneden en gebakken Bombay-uien, 3 lepels meel,
2 wijnglazen madéra, zout, 1/4 stuk lombok.
Bereiding:
Al het vleesch wordt uit de garnalen genomen en goed fijngestampt; het
vleesch van de sprieten (koekoe) en van den staart wordt afzonderlijk
gehouden. Daarna bakt men de uien samen met het meel op, kookt dit,
met het vleesch van de garnalen, in den bouillon met wat zout en de
kwart lombok.
Wanneer het goed gekookt heeft, wordt alles door een zeef goed fijn
gewreven; daarna kookt men dezen bouillon nog eens op en doet er
dan de madéra, de foelie, 't zout en 't vleesch van den staart en de
sprieten bij. Dit wordt warm voorgediend en stukjes geroosterd brood
er bij gepresenteerd.