434. PASTEI SOEP.

Twee kippen, 1/2 kool, zeer fijn gesneden, 1 kopje vol fijngesneden

selderie, 2 handen vol jonge peultjes, 1/2 blikje aspergepunten,

1/2 bordje geweekte koeping-tikoes, of 1/2 blikje champignons, 1/2

theebordje geweekte sedap-malam, 1/2 kopje ketjap, peper en zout

naar smaak, 3 hard gekookte in vierde parten gesneden eieren, kleine

balletjes gehakt en stukjes geroosterd brood, boter.

Bereiding:

Van de kippeborsten maakt men balletjes gehakt, die gebraden

worden, van het overige vleesch en de beenderen der kippen kookt

men bouillon. Is deze niet krachtig genoeg, dan kookt men er nog 1/2

pond soepvleesch bij. Hierna snijdt men de groenten fijn, zeeft den

bouillon en doet er al de groenten in. Hebben deze er goed in gekookt,

dan doet men er de gebraden balletjes gehakt in. Vóór het voordienen,

doet men op ieder bord een stuk ei, waarna men de soep opschept. Er

wordt geroosterd brood bij gepresenteerd.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 467 / 1109 题