421. TJINTJOAN.

Ikan tengirie, 10 fijngesneden uitjes, 4 sioongs fijngesneden

bawang-poetih, een kwart vingerlengte djahé, 4 à 5 schijfjes kentjoor,

1 theelepel peper; vervolgens 2 lepels mieso, 1/2 kopje azijn, boter

of klapperolie.

Bereiding:

Men neemt ikan tengirie (of bij gebreke ikan kemboong), snijdt ze

aan mooten, wrijft ze in met zout en braadt ze aan beide zijden bruin.

De bovenvermelde kruiden stampt men bij elkander zeer fijn, kookt

ze in den azijn op, voegt er de mieso bij, daarna de mooten gebraden

visch en voegt er zout naar smaak bij.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 453 / 1109 题