420. TJAP TJAÉ.

Twee theebordjes vol versche gepelde garnalen of kreeften, 4 lepels

fijngesneden gebraden uien, 2 gekookte aardappelen, 1 sneedje geweekt

brood, 1 ei, zout en peper naar smaak, 1 à 2 kopjes sterke bouillon,

1/2 geraspte notemuskaat, 1 lepel geraspte djahé, 1/4 fijngesneden

wit kooltje, een kopje vol selderie-blaadjes, een hand vol jonge

peulen en nog een hand vol garnalen, boter.

Bereiding:

Van de garnalen (of kreeften) maakt men met de aardappelen, het

brood, 't zout, de peper en 't ei, kleine frikadelletjes en braadt

ze in boter bruin. Vervolgens kookt men in bouillon de fijngesneden

groenten met de djahé, notemuskaat en gebraden uien op, en doet er

dan de hand vol garnalen bij. Kook dit tot de groenten gaar zijn en

voeg er daarna de frikadelletjes bij. Als alles gaar is, wordt dit

gerecht warm voorgediend.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 452 / 1109 题