Een jonge eend, water, 10 kruidnagels, 1/2 notemuskaat, 20
peperkorrels, 20 geschilde uitjes, 1 1/2 theelepel zout, 5 vogelnestjes
eerste kwaliteit, 1 gemberpot.
Bereiding:
Een jonge eend wordt schoongemaakt en goed afgewasschen in azijn en
water. Daarna wordt ze nog eens met water gewasschen, om de azijnlucht
te verdrijven. Snijd ze vervolgens aan stukken en doe ze met de vijf
vogelnestjes en de bovenvermelde kruiden in een gemberpot. Bind den
pot goed dicht en zet dezen in een pot met water, zoodat dit water
even boven de helft van den gemberpot uitkomt. Dek den pot dichten
laat dit alles vier à vijf uur koken. Het water wordt, naarmate het
verdampt is, telkens met kokend water aangelengd. Heeft dit voldoende
gekookt, dan overtuigt men zich, middels een breinaald, dat de eend
gaar is. Als het gerecht gaar is zet men het af.
Men eet deze soep of tim warm.