417. LAKSA TJINA.

Een bord vol geweekte en gaar gekookte laksa, 1 vette kip met hart,

lever en maag, 3 lepels fijngesneden uien, 3 sioongs fijngesneden

bawang-poetih, een kwart vingerlengte koenjit, 1 lepel vol fijngesneden

seréh, 5 schijfjes fijngesneden gember, 1 1/2 lepel ketoembar, 1 lepel

djienten, 1 theelepel trassie, 1/2 theelepel peper, 1 theelepel zout,

1 à 2 lomboks, (al deze kruiden bij elkander fijngestampt).

Vervolgens een handvol fijngesneden prij, een even groote hoeveelheid

koetjaï, een hand vol fijngesneden selderie, santen van 1/2 klapper,

een bord vol gepelde garnalen of, bij gebreke, evenveel geweekte ebbie,

4 hard gekookte eieren, 2 lepels ketjap; schijfjes djeroek-nipis,

boter, 2 salam- en 2 djeroek-poeroet-bladeren.

Bereiding:

De kip wordt in stukken gesneden en met maag, lever en hart in

water en zout gaar gekookt; de fijngestampte kruiden worden in boter

gefruit; daarna doet men er de stukken kip bij met de fijngesneden

maag, lever, hart en de salam- en djeroek-poeroet-bladeren. Nu doet

men er langzaam-aan de bouillon bij, met de fijngesneden groenten,

de garnalen en daarna de santen. Kook dit alles gaar met de laksa;

het laatst doet men er de ketjap bij; stort alles in een schaal en

pers er, naar verkiezing, djeroek-sap overheen.

Nu snijdt men de hard gekookte eieren in vierde of achtste parten en

rangeert die stukjes netjes over en om het gerecht, dat men liefst

zoo warm mogelijk moet voordienen.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 449 / 1109 题