Zes eieren, 2 lepels melk, 2 lepels water, ruim 2 theelepels zout,
2 lepels boter, 1 theelepel peper, 1 lepel meel, 1 lepel fijngehakte
pieterselie, 1 ui, en, als men het voorhanden heeft, een weinig dragon
en kervel.
Bereiding:
Men klutst de dooiers en het wit elk afzonderlijk, roert het water
door de dooiers en maakt het meel met de melk aan; dit doet men dan
door de eierdooiers, en voegt er het geklutste eiwit door met peper en
zout. Men zet de boter op, op een pannekoekspan, tot ze goed warm is,
zonder bruin te worden, giet vervolgens de geklutste eieren hierin
en bakt de omelette. Strooi er dan de gehakte pieterselie onder het
bakken in en vouwt de omelette dicht.