389. SESATÉE IKAN.

Visch, 1/2 geraspte en bruin gebraden klapper, 3 volle eetlepels

fijngesneden uien, 1 lepel ketoembar, 1/2 lepel djienten, 1 lepel

fijngesneden seréh, 1/4 theelepel peper, 5 schijfjes laos, 3 sioongs

bawang-poetih, 1 volle eetlepel fijngesneden prij, 1 eetlepel

fijngesneden pieterselie, 1 theelepel witte suiker, 2 eierdooiers,

het wit er van geklopt, meel, broodkruim of gestampte beschuit,

2 kopjes dikke santen.

Bereiding:

De visch wordt schoongemaakt, van de graten ontdaan en daarna het

vleesch er van rauw fijn gehakt. De kruiden (ook geraspte klapper)

worden, met uitzondering van prij en pieterselie, bij elkander

fijngestampt. Drie kwart gedeelte hiervan doet men, met de prij

en pieterselie (goed vermengd) èn de twee eierdooiers, door de

visch. Vervolgens maakt men hier balletjes van, die eerst in het

geslagen eiwit, daarna in het meel of de broodkruim gewenteld,

vervolgens aan pinnen gestoken en eindelijk boven een zacht vuur

geroosterd worden. De overgeschoten kruiden worden met de santen

aangelengd en de balletjes worden hiermede bestreken.

Men kan deze balletjes ook in kokend heete boter of olie bruin braden

en er allengs de gekruide santen bij doen.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 418 / 1109 题