Een vette kip, boter en ketjap, van elk 2 lepels, 1 theelepel peper,
1/2 theelepel zout, het sap van 1 djeroek.
Bereiding:
Het vleesch van de kip wordt aan dobbelsteentjes gesneden en deze
aan stokjes gestoken, nadat men ze eerst met peper en zout heeft
ingewreven. Rooster ze vervolgens boven een zacht vuur, draai ze
om-en-om en besprenkel ze, middels een kippeveer, voortdurend met
het mengsel van boter, ketjap en djeroeksap, tot ze gaar zijn en
bruin zien.