378. BEBòTòK TIMBOOL VAN VLEESCH OF VISCH.

Een bordje vol fijngehakt vleesch of even veel fijngehakte visch,

1 lepel ketoembar, 1/2 lepel djienten, 2 eetlepels fijngesneden

uien, 4 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 1 lombok, 1 theelepel

trassie, 1 theelepel suiker, 1 theelepel zout, 1 eierdooier, (1/2

geraspte klapper) santen van 1/2 klapper, 2 djeroek-poeroet-bladeren,

pisang-bladeren.

Bereiding:

De kruiden worden, met uitzondering van de uien, bawang-poetih en

lombok, bij elkander fijngestampt, vervolgens door het gehakte vleesch

(of de visch) gedaan met een eierdooier, en de suiker. Hiervan maakt

men balletjes ter grootte van een kippenei. Den stampt men de uien,

bawang-poetih en lombok fijn en bakt dit even op in olie, doet er de

santen bij met de djeroek-poeroet-bladeren, en kookt hier de balletjes

bebòtòk in op, tot ze gaar zijn.

Gebruikt men in deze bebòtòk ook den tusschen haakjes opgegeven

geraspten klapper, dan neemt men twee eierdooiers en mengt deze met

de overige kruiden in het gehakte vleesch (of de visch). Overigens

dezelfde bereiding als hierboven.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 406 / 1109 题