374. BEBòTòK VAN GARNALEN.

Een bordje vol gepelde, rauwe garnalen, 10 kemiries, 2 lepels

fijngesneden uien, 6 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 1 eetlepel

ketoembar, 1/2 eetlepel djienten, een vingerlengte koenjit, 1

theelepel trassie; vervolgens 2 eierdooiers, 1 theelepel zout,

2 stukjes middendoor gesneden seréh, 1 djeroek-poeroet-blad, 2

fijngesneden lomboks, 1 fijngesneden bliembing-asem, santen van 1/2

klapper, 1 hardgekookt ei in vieren gesneden, zout en peper naar smaak,

pisang-bladeren of kleine japansche mangkoks.

Bereiding:

Men stampt eerst de verschillende kruiden fijn, hakt daarna de

garnalen en vermengt deze met de kruiden, de eierdooiers, 't zout

en de santen. Vervolgens doet men dit gehakt in pisang-bladeren

(tot pakjes gemaakt) of in de kopjes; bij elk pakje of elk kopje

doet men wat seréh, bliembing-asem, fijngesneden lombok, een stukje

djeroek-poeroet-blad, een klein stukje hardgekookt ei.

Men vouwt de pisang-blaadjes dicht en stoomt deze in een koekoesan

(of de kopjes in een pan met water) gaar.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 402 / 1109 题