Een drooge en een vette visch, b.v. 1 goeramé en 1 tengirie; peper,
zout, notemuskaat naar smaak, 1 of 2 eierdooiers, 1 glas witte wijn,
1 1/2 stang agar-agar, 1 kopje azijn.
Bereiding:
De visch wordt schoongemaakt, gekookt, van de graten ontdaan en fijn
gehakt; daarna wordt de agar-agar gesmolten in den wijn en den azijn,
en, met de kruiden, door de visch geroerd. Hierna klutst men de
eierdooiers en roert die er mede doorheen.
Doe dit alles in een natgemaakten steenen vorm, giet er nog wat witten
wijn over en laat dit verder bekoelen.