Visch, 20 roode uitjes, 3 sioongs bawang-poetih, 2 of meer lomboks,
1 theelepel trassie, 1 1/2 theelepel zout, 1 lepel suiker, 1 kopje
santen, pisang-bladeren.
Bereiding:
De visch wordt gekookt en al het vleesch er af gehaald, vervolgens
de kruiden fijngestampt. Daarna wordt het vleesch fijngehakt en,
met de fijngestampte kruiden, laag-om-laag in de pisang-bladeren
gedaan, met een schepje santen er overheen. Vervolgens maakt men de
pisang-bladeren dicht en maakt er pakjes van, die boven een arengvuur
geroosterd worden.