337. GEPOFTE HARING.

4 haringen, 10 groote lomboks, 10 fijngesneden uitjes, 6 sioongs

fijngesneden bawang-poetih, 2 lepels fijngesneden temoekoentji,

asem-water, klapperolie, pisang-bladeren.

Bereiding:

De haringen worden goed schoongemaakt en al het vleesch van de graat

afgenomen en in kleine stukjes gescheurd. Daarna snijdt men de lomboks

zeer fijn en vermengt die met de verdere fijngesneden specerijen en

met de stukjes haring; doet hier een paar lepels asem-water door en

maakt er pakjes van, in pisang-bladeren gewikkeld.

Deze pakjes worden dan op een matig arengvuur gepoft of geroosterd,

dan wel in klapperolie gaar gebraden.

Bij het roosteren zorge men, dat de pakjes om-en-om worden gekeerd,

opdat zij overal even goed gaar worden.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 363 / 1109 题