Gewoonlijk wordt bij de visch, die men koken wil, één rauwen aardappel
gevoegd. Is deze gaar, dan wordt ook de visch geacht gaar te zijn.
Om te voorkomen dat visch bij het koken spoedig van de graat loslaat,
doet men, gedurende het koken, een scheutje azijn in 't water. Dit
ook bij garnalen.
In één liter water, waarin men de visch zal koken, wordt één volle
eetlepel fijn zout gedaan (Geen gladgestreken lepel). In twee liters
twee lepels, enz.
Visch wordt altijd in kokend heete boter of klapperolie gebakken.