Een kleine varkensnier, de borst van een vette kip, 1/2 eetlepel
fijngehakte pieterselie, 2 fijngehakte uitjes, 2 eierdooiers, peper,
zout en notemuskaat naar smaak, bouillon, boter, 10 à 12 sneedjes
geroosterd brood.
Bereiding:
De nier wordt eerst gaar gekookt, goed geklopt, daarna
fijngesneden. Hierna hakt men ze met het kippenvleesch fijn. De helft
van de fijngehakte uitjes wordt met de pieterselie door dat gehakt
vermengd, de andere helft der uitjes fruit men in boter. Daarna
vermengt men dit met de specerijen en het gehakt en kookt dit even
op in bouillon, klutst de twee eierdooiers en roert deze er door
heen. Is alles gebonden, dan worden de sneedjes geroosterd brood er
mede belegd. Men dient dit gerecht, op een schaal, warm voor.