295. LOELA BETAWI.

1 1/2 pond rundvleesch, 1 lepel ketoembar, 1/2 lepel djienten,

1/2 theelepel peper, 1 theelepel trassie, 1 theelepel zout, 1

theelepel suiker, 1/4 geraspte klapper, 2 lepels fijngesneden uien,

2 salam-bladeren, santen van een klapper, boter of klapperolie.

Bereiding:

Het vleesch wordt in dobbelsteenen gesneden; vervolgens worden de

bovenvermelde kruiden bij elkander fijngestampt, met den 1/4 geraspten

klapper vermengd en het vleesch er flink door heen gewreven. Daarna

dit alles samen in ruim boter of olie gefruit. Hierna voegt men er

de santen met de salam-bladeren bij en laat dit dan samen doorkoken,

tot het dik wordt.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 318 / 1109 题