10 karbonades van varkensvleesch, 4 eieren, 1 1/2 theelepel zout, 1
theelepel peper, 1/2 geraspte notemuskaat, 1/2 theelepel fijngestampte
kruidnagel, 2 lepels zeer fijngehakte prij (bawang-moeda), 1
lepel fijngehakte pieterselie, 3 sneedjes geweekt brood, 1 kopje
beschuitkruim, boter.
Bereiding:
De karbonades worden geheel van het vleesch ontdaan, de beentjes er
van worden zoolang ter zijde gelegd.
Het vleesch hakt men fijn en vermengt dit met de specerijen en de
fijngehakte groenten. Maak er nu, met het brood en twee eieren,
gehakt van. Vervolgens maakt men tien balletjes gehakt, steekt door
elk een beentje, dat ter zijde werd gelegd, druk wat op het vleesch,
zoodat dit ongeveer weêr den vorm van een karbonade aanneemt, wentel
ze daarna in de geklutste twee overgebleven eieren en beschuitkruim
en bak ze, zéér voorzichtig, in boter, aan beide zijden bruin.