Een stuk ham; en water.
Bereiding:
De ham moet ongeveer drie uren langzaam koken. Men zet haar met koud
water op, zoo, dat zij onder het water oppervlak ligt.
N.B. Voor het gewoon dagelijksch gebruik snijdt men van de heele ham,
in den regel, 1/2 of 1/3 stuk af en zaagt men het hambeen door. Het
restant, dat weêr in de goedang wordt bewaard (opgehangen) wordt
met kapoer-sirih, (gebluschte kalk) bestreken, met een pisang-blad
omwonden en weder in den zak met zemelen gedaan.
Wordt dit stuk nu later gekookt, dan krabt men met een mes de
kapoer-sirih er af, wascht en boent de ham goed af en kookt haar op
als boven omschreven is. De bouillon van de ham, kan nog voor 't een
of ander worden gebruikt, b.v. voor erwtensoep, bruine boonen soep enz.