De eigenlijke "dèndèng" wordt van hertenvleesch gemaakt. Om dit goed
te conserveeren, wrijft men het, aan dunne lappen gesneden, vleesch
met zout en verschillende welriekende en smakelijke kruiden goed in
en droogt dit in de zon. Hiernaar wordt dit gedroogde gekruide vleesch
"dèndèng boemboe" genaamd.
In navolging van deze hertendèndèng heeft men ook lever en gewoon
vleesch aan lappen gesneden en er dèndèng van gemaakt, waarvoor
verschillende kruiden worden gebruikt, waarvan altijd zout en peper
de hoofdbestanddeelen vormen.