228. GEBRADEN GANZEBOUTJES.

Een gans, 1 volle lepel mosterd, 3 lepels boter, 1 kopje vol madéra,

1/2 kopje azijn, 3 lepels fijngesneden uien, water, boter.

Bereiding:

De gans wordt goed schoongemaakt en aan stukken gesneden; daarna

wrijft men ze in met peper en zout, braadt ze verder in boter bruin,

voegt er dan de fijngesneden uien met nog wat boter bij. Braad dit

samen tot de uien bijna gaar zijn. Vervolgens maakt men van de madéra,

azijn, mosterd, boter en een weinig water een saus en giet dit bij

de gebraden ganzeboutjes.

Stoof dit samen op, tot alles gaar is. Men kan, desgewild, deze saus

met beschuitkruim binden.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 250 / 1109 题