Een vette kip, 6 of 7 gepofte uitjes, een halve vingerlengte laos,
1 volle lepel fijngesneden seréh, 1 theelepel zout, 1/2 lepel asem,
zonder pitten, 1 lepel ketoembar, 1/2 lepel djienten, 1/2 theelepel
peper, 1 theelepel trassie, asem-water en boter of klapperolie.
Bereiding:
De kip wordt in stukken gesneden en bijna gaar gekookt. Nu neemt men
de kip uit den bouillon en doet haar op een zeef om uit te lekken. Den
bouillon gebruikt men later, om het gerecht aan te lengen. De gepofte
uien stampt men met de verdere specerijen fijn, en braadt ze op in een
paar lepels boter. Voeg er de stukken kip bij en, als deze er bruin
beginnen uit te zien, doet men er, naar smaak, nog wat asem-water bij,
of anders een kop van den bouillon. Laat dit nu zachtjes gaar stoven en
voeg er, nu en dan, een weinig bouillon bij, tot alles is opgebruikt.
Men kan dit gerecht ook met meel of met beschuitkruim binden.