208. RAGOÛT VAN JONGE KIPPEN.

Twee jonge kippen, 3 lepels fijngesneden uien, 1 bord vol geweekte

koeping-tikoes, 1 theeschoteltje vol geweekte laksa, 1 bordje vol

gebraden kleine balletjes gehakt van 1/2 pond kalfs- of varkensvleesch,

2 hard gekookte eieren, zout, peper en notemuskaat naar smaak,

1 lepel djeroek-water, 1/2 kopje beschuitkruim, 2 lepels meel, boter.

Bereiding:

De kippen worden aan stukken gesneden en bruin gebraden; de uien worden

vervolgens ook bruin gebraden. Nu mengt men de geweekte koeping-tikoes,

de laksa en de gebraden balletjes gehakt bij de gebraden stukken kip

en giet er het djeroek-water over heen.

De twee lepels meel worden vervolgens met bouillon aangemaakt,

vermengd met peper, zout en noot naar smaak en gekookt tot een dikke

saus; doet deze over de kippenboutjes en balletjes gehakt. Als men

dit gerecht wil voordienen, doet men deze ragoût op een schotel,

bestrooit ze met de gebraden uien en versiert dit verder met de in

vierde parten gesneden gekookte eieren.

In plaats van de koeping-tikoes kan men ook champignons nemen.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 229 / 1109 题