Een kip, 4 eierdooiers, santen van 1 klapper, 1 lepel ketoembar,
1/2 lepel djienten, 3 lepels fijngesneden uitjes, 2 sioongs
fijngesneden bawang-poetih, 4 schijfjes kentjoor, 4 schijfjes djahé,
1/2 theelepel peper, 1 theelepel zout, 6 kemiries, 1 theelepel trassie,
pisangbladeren.
Bereiding:
De kip wordt, rauw, van het vleesch ontdaan en dit vleesch
fijngehakt. Vervolgens stampt men al de kruiden zeer fijn, doet
deze door het gehakte vleesch, vermengt dit met de eieren en de
santen en roert alles goed door elkaar. Daarna maakt men er, in
de pisangbladeren, kleine pakjes van (op elk blad ruim een lepel),
vouwt deze dicht, sluit ze met bietings en poft ze, aan weêrskanten,
tot dat het vleesch gaar is. Dit zal ongeveer 1/4 uur of iets minder
duren. Men zorge dat de pakjes niet aanbranden.