200. LEMPER VULSEL. (ZIE KWÉE-LEMPER NO. 594).

Een kip, 1 lepel ketoembar, 1/2 lepel djienten, 1/2 theelepel peper, 1

theelepel trassie, 3 kemiries, 1 theelepel zout, 1/2 geraspte klapper,

4 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 2 lepels fijngesneden uien,

santen van 1/4 klapper, 2 djeroek-poeroet-bladeren.

Bereiding:

De kip wordt van het vleesch ontdaan, dat er in reepen van wordt

afgescheurd, daarna worden de kruiden bij elkander fijngestampt met

het vleesch vermengd en met de djeroek-poeroet-bladeren in de santen

gekookt, tot alles bijna droog is.

De "kwée-lemper" wordt met deze brij opgevuld.

N.B. Men kan de kruiden met den geraspten klapper, nadat alles is

fijngestampt, ook eerst in olie of boter braden, de kip eerst koken en

dan het afgescheurde vleesch met de gebraden kruiden mengen, vervolgens

met de santen en wat bouillon opkoken, tot alles nagenoeg droog wordt.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 221 / 1109 题