Een jonge kip, peper en zout naar smaak, 1 eetlepel boter, 2 à 3 lepels
warm water, 1 kopje vol gestampte beschuit, 2 lepels djeroek-water,
boter.
Verder een pisang-blad en een zware steen of eenig ander zwaar gewicht.
Bereiding:
De kip spouwt men open en wrijft ze in met peper en zout. Doe ze
dan, met goed boter, in een braadpan en voeg er het warme water
bij. Nu neemt men het pisang-blad, legt dit op de kip en daarop
den steen of het zware gewicht. Dek de pan dicht en laat ze zoo
eenigen tijd braden. Vervolgens keert men de kip om en herhaalt
dezelfde handeling. Eindelijk giet men, als de kip gaar is, er het
djeroek-water over.