169. AJAM PANGGANG.

Een jong haantje, 1 lepel fijngehakte pieterselie, 5 fijngehakte

uitjes, 1 theelepel zout, 3/4 theelepel peper, boter.

Bereiding:

Het haantje wordt op de borst opengesneden, daarna in tweeën gespouwen;

men wrijft het met de opgegeven kruiden in en roostert het, met

veel boter, boven een zacht vuurtje, aan beide kanten bruin. Men kan

het ook in boter bruin braden en dan de volgende saus er bij geven,

als men deze ajam panggang met gebakken aardappelen voordient.

De saus: drie à vier zéér fijn gehakte uitjes, een handvol fijngehakte

pieterselie, een lepel aangemaakte mosterd, een lepel slaolie, 1/2

kopje azijn.

De uien, pieterselie, mosterd en slaolie worden bij elkander gevoegd,

geroerd en aangelengd met de hoeveelheid azijn; dit mengsel giet men

vervolgens over de ajam panggang.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 190 / 1109 题