Een kip, zout en water, een stuk foelie, 4 à 5 eierdooiers, 1 à 2
lepels meel, djeroek-water en peper naar smaak.
Bereiding:
De kip wordt even in water, zout en foelie opgekookt. Het meel lengt
men aan met een paar lepels water; daarna klutst men de eierdooiers
en vermengt ze met een kopje van den kippenbouillon. Roer hier door
heen het aangelengde meel met 1/2 theelepeltje peper en voeg dit bij
de kip, die te voren in stukken is gesneden.
Kook alles samen op, tot het dik begint te worden en doe er, het
laatst, het djeroek-water bij, onder aanhoudend roeren.