152. AJAM BESENGÈK.

Een jonge kip; 3 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih,

1 of meer lomboks, 1 eetlepel ketoembar, 1 eetlepel djienten, 4

schijfjes laos, 1 theelepel trassie, 2 lepels asem- of djeroek-water,

3 kopjes santen, zout en suiker naar smaak, 3 lepels geraspte klapper

of gestampte beschuit. Boter of klapperolie.

Bereiding:

De kip wordt, na schoongemaakt te zijn, op den rug opengesneden. Men

kan haar ook eerst opkoken en dan geheel in stukken snijden. Blijft

de kip in haar geheel, dan wordt zij geroosterd; is zij aan stukken

gesneden, dan worden de stukken aan beide kanten lichtbruin gebraden.

Vervolgens stampt men de kruiden bij elkander fijn en braadt ze in

boter bruin; voeg daarna de kip, geheel, dan wel aan stukken gesneden,

bij deze kruiden, zoomede de santen met het zout en de suiker, naar

smaak. Roer alles goed door elkander, laat dit dan doorkoken en voeg

er, 't laatst, het asem- of djeroek-water bij. Wil men de saus dik

hebben, dan doet men er de drie lepels geraspte klapper of de beschuit

door, naar verkiezing.

Om de besengèk geel te krijgen, doet men bij de santen twee lepels

geraspte koenjit.

N.B. Deze besengèk heeft een zoeten kerrieachtigen smaak.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 173 / 1109 题