Een bordje vol ikan terie, 2 lepels fijngesneden uien, 1 lepel
fijngesneden lombok, santen van 1/4 klapper, 1 lepel asem- en 1 lepel
djeroek-water, boter of klapperolie.
Bereiding:
De uien stampt men met de lomboks fijn en braadt ze in boter. Doe
er de ikan terie bij en braad dit, al roerende, gaar. Daarna doet
men er het asem- en het djeroek-water bij en laat dit bijna droog
braden. Vervolgens giet men er de santen bij en laat dit alles samen
braden, tot de olie er uitkomt.
Deze zelfde sambel-gorèng kan men ook van ikan kring maken, die dan
eerst gepoft en daarna aan kleine reepjes gescheurd wordt.