10 gepofte lomboks, 8 kemiries, 1 theelepel gebrande trassie,
1 theelepel zout, 2 à 3 lepels asem- of djeroek-water, 2
djeroek-poeroet-bladeren, boter of klapperolie.
Bereiding:
De lomboks worden met de kruiden (behalve de bladeren) fijngestampt--de
kemiries worden daartoe eerst uitgehaald--daarna met boter of olie
opgebraden, tot alles bijna droog is; daarna voegt men er het asem-
of djeroek-water bij met de djeroek-poeroet-bladeren, en laat dit
nog eens samen braden, tot de olie er uitkomt.
Deze sambel kan men eenige dagen bewaren.
Indien men overgeschoten vleesch heeft, kan men dit met deze sambel
vermengen.