6 à 8 hardgekookte eieren, een vingerlengte koenjit, 2 lepels
fijngesneden uien, 4 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 1
theelepel trassie, 1 theelepel zout, 1 theelepel fijngesneden
seréh, 1/2 theelepel peper, 2 in de lengte doorgesneden lomboks, 2
djeroek-poeroet- en 2 salam-bladeren, santen van 3/4 klapper. Boter
of klapperolie.
Bereiding:
De kruiden worden, met uitzondering van de lombok, djeroek-poeroet-
en salam-bladeren, fijngestampt en in boter of olie gebraden. Daarna
wordt de santen, met de lomboks en de genoemde bladeren, daarbij
gedaan, ook de hard gekookte eieren; kook dit alles goed gaar, tot
de kerrie gebonden wordt.